Pijnkliniek



Doel en opzet

De evaluatie en behandeling van patiënten met langdurig bestaande pijnklachten, is de voorbije jaren uitgegroeid tot een aparte tak binnen de geneeskunde: de pijntherapie.  Deze specialisatie is derdelijn geneeskunde. De pijnkliniek helpt in het stellen van de (differentieel) diagnose van pijnsyndromen en zorgt voor symptomatische behandeling. De acute opvang in het ziekenhuis van een patiënt met een pijnprobleem, blijft nog steeds een verwijzing naar de tweedelijn, of de verschillende medische disciplines.

Pijn kan vele oorzaken hebben. Zo onderscheiden we o.a.: goedaardige pijn (bv. rugpijn), kwaadaardige pijn (dit is pijn door kanker), pijn door zenuwbeschadiging (bv. gordelroos, aangezichtspijn) en pijn door weefselbeschadiging (bv. botontkalking). De behandeling van deze pijnklachten zal dan ook verschillen van patiënt tot patiënt.

Het doel van een pijnkliniek is patiënten te helpen, niet alleen door hun pijn te verminderen qua intensiteit en frequentie, maar ook door ze socio-economisch te reïntegreren. Dit betekent vooral het verbeteren van hun functioneren, het verbeteren van hun levenskwaliteit, het opheffen van hun slaapstoornissen, het aanleren van nieuwe technieken om met overblijvende pijn om te gaan en ze zo trachten uit hun afzondering te halen. In vele gevallen vraagt dit een multidisciplinaire aanpak, samen met fysiotherapeut, neurochirurg, neuroloog, oncoloog, orthopedist, reumatoloog, psychiater of psychologe.

De anesthesist-pijntherapeut is ondermeer gespecialiseerd in het meer ingrijpende gedeelte van de behandeling en werkt ook samen met specifiek opgeleide pijnverpleegkundigen.  Als de benadering met in te nemen geneesmiddelen onvoldoende pijnstilling geeft, kunnen inspuitingen eventueel aangewezen zijn. Het gaat hier om bv. epidurale infiltraties.  Eveneens kunnen andere weinig ingrijpende diagnostische en/of therapeutische technieken worden toegepast, namelijk inspuitingen op verschillende niveaus, o.a. ter hoogte van de wervelgewrichtjes of de zenuwwortel. Vervolgens kan eventueel overgegaan worden tot een meer blijvende behandeling van de betrokken zenuw door middel van een radiofrequente behandeling (‘opwarming’) of eventueel een bevriezing.
De meer invasieve behandelingstechnieken voor chronische pijn zijn o.a. de toediening van geneesmiddelen via een geïmplanteerde medicatiepomp (morfinepomp) en dorsale ruggenmergstimulatie. Bij kankerpijn zijn er tevens een aantal specifieke invasieve behandelingsmogelijkheden.


Praktische regelingen

Afspraken kunnen gemaakt worden via het daghospitaal (tel.03 380 20 99).
De raadplegingen en de behandelingen (epidurale infiltraties enz.) gebeuren op het daghospitaal.

U dient zich eerst in te schrijven aan de balie van het daghospitaal.
Behandelingen worden uitgevoerd:

  • maandagvoormiddag;
  • dinsdagvoormiddag;
  • woensdagnamiddag;
  • donderdagvoormiddag.

 

Epidurale infiltraties

De behandeling

De epidurale infiltratie is een behandeling om rugpijn met uitstraling naar de benen of armen te verminderen. Ter hoogte van de rug of de nek wordt een ontstekingsremmend middel ingespoten in de epidurale ruimte, dit is de ruimte rond het ruggenmerg.
Voor de ingreep plaatst zo nodig een verpleegkundige een infuus in de hand of arm. Onder plaatselijke verdoving brengt de arts de epidurale naald in, waarmee hij de producten inspuit.


Voorzorgsmaatregelen

U moet niet nuchter zijn, een lichte maaltijd is aangewezen.
Indien u voor de eerste keer komt, breng dan zoveel mogelijk medische gegevens mee, de verwijsbrief van de aanvragende arts, radiografieën, het toestemmingsformulier enz.
Verwittig op voorhand uw verwijzende arts of huisarts als u bloedverdunnende medicatie neemt.

  • Salicylaten: Asaflow®, Acenterine®, Alka Seltzer®, Aspegic®, Aspirine®, Aspro®, Cardioaspirine®, Cardegic®, Cardiphar®, Dispril®, Sedergine®
    • neemt u 160 mg of minder per dag dan hoeft u deze medicatie niet te stoppen
    • neemt u méér dan 160 mg per dag dan dient u deze medicatie te stoppen 3 dagen vóór de epidurale infiltratie.
  • Plavix®: te stoppen 8 à 10 dagen vóór de epidurale infiltratie.
  • Ticlid®: te stoppen 12 dagen vóór de epidurale infiltratie.
  • Marcoumar®, Sintrom®, Marevan®: dient u ± 10 dagen op voorhand te stoppen; bloedcontrole is noodzakelijk ofwel bij de huisarts ofwel in het ziekenhuis (1 uur wachten op bloeduitslag). Hij zal eventueel op Fraxiparine® of Clexane® overschakelen.
  • Fraxiparine®, Clexane®: niet toedienen in de periode van 12 uur vóór de ingreep tot 4 uur erna.
  • Fraxodi®: niet toedienen in de periode van 24 uur vóór de ingreep tot 4 uur erna.
  • Arixtra®: niet toedienen in de periode van 36 uur vóór de ingreep tot 12 uur erna.


Meld aan het verplegend personeel van de pijnkliniek of u:

  • allergisch bent voor bepaalde stoffen (bepaalde medicatie, contraststoffen, ontsmettingsproducten, latex,…);
  • zwanger bent;
  • suikerziekte heeft;
  • een maagaandoening heeft;
  • een hartafwijking of bloedafwijking heeft.


De nazorg

Na de ruggeprik mag u onmiddellijk naar huis tenzij u een prik kreeg in de hals; dan kan u ongeveer 30 minuten rusten in een relaxzetel alvorens naar huis te gaan. Voor het ontslag wordt het eventuele infuus verwijderd. Tref de nodige schikkingen voor begeleiding en vervoer naar huis. U mag nadien niet zelf de wagen besturen.

Thuis

Probeer het de dag van de behandeling rustig aan te doen en niet te gaan werken. Wees voorzichtig met trappen lopen. De dag na de behandeling mag u in de meeste gevallen, de gewone werkzaamheden hervatten.
Het verband mag u de volgende dag verwijderen.
Na de behandeling kan u wat last hebben van pijn ter hoogte van de prikplaats. Deze napijn kan enkele dagen aanhouden en u kunt hiervoor eventueel een pijnstiller nemen.

Het resultaat

Meestal zijn twee of drie inspuitingen aangewezen, met een tussentijd van één tot twee weken. Pas enkele weken na de laatste inspuiting kan het resultaat van de behandeling beoordeeld worden. In een aantal gevallen zal een andere of aanvullende behandeling noodzakelijk zijn. Uw arts zal dit verder met u bespreken.

Aandachtspunten

Een technisch correct uitgevoerde epidurale infiltratie kan, zoals elke behandeling, enkele nevenwerkingen hebben, waaronder:

  • bloeddrukdaling, die wordt opgevangen door een vooraf geplaatst infuus;
  • meer uitgebreide of verlengde werking van de lokale verdoving
  • een licht gevoel van gejaagdheid, een blos op de wangen of een lichte gewichtstoename komt sporadisch voor door de medicatie;
  • uitzonderlijk kan het gebeuren dat u de dag na de inspuiting hoofdpijn krijgt, vooral bij het rechtkomen. Dit kan een gevolg zijn van het onvoorzien binnendringen van de punt van de naald in het ruggenmergvocht. Indien deze hoofdpijn optreedt, neemt u best contact op met de pijnkliniek.

Zulke mogelijke nevenwerkingen zijn eigen aan deze techniek. Ze worden door de behandelende arts nagegaan, onderkend en (indien nodig) gecorrigeerd.

Uw toestemming voor het verrichten van de procedure

Zoals bij elke medische handeling dient u ook bij deze procedure uw toestemming te geven.
Klik hier voor een printversie van het toestemmingsformulier.