Pleurapunctie
Dit is een onderzoek om na te gaan of er vocht tussen de pleurabladen (= longvliezen) aanwezig is, en zo ja, van welke aard dit vocht is. Indien er veel vocht is, kan het onderzoek ook onmiddellijk een gunstig effect hebben: in dat geval kan men soms veel vocht aflaten. Door middel van een punctie kan dit vocht worden weggenomen.
De voorbereiding
Men hoeft niet nuchter te zijn. Bij gebruik van bloedverdunnende middelen zoals Sintrom mitis of Marcoumar, zal de arts overleggen of eerst een controle bloedname of andere voorzorgsmaatregelen nodig zijn.
Het onderzoek
De patiënt zit op de rand van het bed of de onderzoekstafel, met de borstkas ontbloot. Eerst wordt de huid ontsmet, dan worden de huid en het longvlies door middel van een injectie met een dunne naald plaatselijk verdoofd. Dit voelt aan als een gewone “bloedprik” en wordt als licht pijnlijk ervaren. Het verdere onderzoek is door de verdoving pijnloos, hoewel een hoestprikkel kan ontstaan. De longarts staat meestal aan de rugzijde en brengt een naald in tussen twee ribben, tot in de holte tussen de twee longbladen (= pleuraholte). Op de punctienaald zit een spuit, waarmee het vocht wordt opgezogen. Het zo verkregen pleuravocht wordt zo nodig opgestuurd voor nader onderzoek. De ingreep duurt ongeveer 5 à 10 minuten, soms wat langer als langzaam veel vocht moet worden afgezogen bij een ontlastende punctie. Op het wondje wordt een pleister gedaan. Het is verstandig om het een half uurtje rustig aan te doen na het onderzoek.
Afhankelijk van de noodzaak, worden nog röntgenfoto’s gemaakt om het effect van de pleurapunctie goed te kunnen beoordelen.