Longfunctieonderzoek
Er zijn verschillende methodes om de functies van de long te meten. De keuze van de methode van onderzoek hangt samen met de aard van de klachten en de kwaal die daarbij mogelijk een rol speelt. Bij iedere longfunctietest ademt de patiënt via een mondstuk aan het longfunctieapparaat, waarbij de neus met een klem wordt dichtgehouden. Het onderzoek duurt 30 minuten tot 1 uur.
De voorbereiding
Men hoeft niet nuchter te zijn. Het is belangrijk dat men rustig en ontspannen aan het onderzoek begint. Voor het goed slagen van de test moeten sommige medicaties gestopt worden. De behandelend arts zal vertellen om welke medicijnen het gaat.
Het onderzoek
Longfunctieonderzoek is niet pijnlijk en wordt niet als belastend of onprettig ervaren.
Spirometrie
Bij dit onderzoek wordt de longinhoud bepaald. Hiervoor moet men een aantal keren diep in en uit ademen. Om de snelheid te bepalen waarmee men kan uitblazen, moet dit ook een aantal keren heel krachtig gedaan worden. Als de arts dit vraagt, wordt de test herhaald na het toedienen van een luchtwegverwijdend medicijn.
Diffusietest
Deze test meet de snelheid waarmee de longen ingeademde zuurstof aan het bloed doorgeven. Nadat er volledig uitgeblazen is, moet men diep inademen en dan de adem 10 seconden vasthouden, vervolgens blaast men weer in het apparaat uit.
Bodybox
Dit onderzoek meet de weerstand van de luchtwegen, dat wil zeggen hoeveel moeite het kost om adem te halen. Tevens wordt de longinhoud gemeten. Deze test gebeurt in een gesloten ruimte, die lijkt op een telefooncel. Als de arts dit vraagt, wordt de test herhaald na het toedienen van een luchtwegverwijdend medicijn.
De totale longinhoud kan ook op een andere manier gemeten worden, waarbij men een gasmengsel inademt gedurende een bepaalde tijd. Dit kan de ‘bodybox’ vervangen, of aanvullend gebeuren.